Naar hoofdinhoud
1. . Het in aanmerking te nemen inkomen wordt bepaald aan de hand van het netto inkomen over de peilmaand. 2. . Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde netto inkomen in de drie maanden voorafgaande aan de peilmaand bepalend. 3. . Bij zelfstandigen is het geschatte gemiddeld netto inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de peilmaand bepalend. 4. . De middelen bedoeld in artikel 31 lid 2,worden niet tot het inkomen gerekend. 5. . Onder inkomen wordt in ieder geval verstaan: inkomen uit arbeid; inkomen uit de eigen onderneming; inkomen uit een uitkering; inkomen uit verhuur; inkomen uit partneralimentatie; inkomsten uit een PGB; inkomsten uit studiefinanciering (WSF) of WTOS volgens het normbedrag genoemd in artikel 33, 2e lid van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel