Woningen die door een verhuurder worden gerealiseerd en een huurprijs hebben die onder de liberalisatiegrens zoals bepaald in de Wet op de huurtoeslag ligt, worden tot sociale huurwoningen gerekend. Een lagere grondprijs is dan van belang omdat hiermee de huurprijs op een aanvaardbaar niveau wordt gehouden. De woning mag uitsluitend worden ingezet voor de huisvesting van de aandachtsgroepen van (het woon)beleid.
Voor sociale huur wordt uitgegaan van maatwerkafspraken (via de comparatieve methode) per woning, waarbij voor een meergezinswoning in een wooncomplex vanaf 6 bouwlagen een lagere grondprijs geldt dan voor eengezinswoningen.
Bij sociale huurwoningen wordt een gemiddelde grondprijs berekend over het oppervlak in g.b.o. en het oppervlak in b.v.o.. Met deze rekenmethodiek ontstaat een positieve financiële prikkel om efficiëntere gebouwen te ontwerpen. Daarnaast kan worden ingespeeld op flexibele woonvormen die in oppervlak afwijken van reguliere woningbouw (kleiner maar ook groter).
Bij eengezinswoningen wordt, wanneer de f.s.i. kleiner is dan 1, de grondprijs verhoogd met het verschil in oppervlak b.v.o. en perceel tegen de waarde van tuingrond.
Aandachtspunten bij de grondwaardebepaling zijn woonoppervlak, aantallen, kwaliteit, locatie specifieke omstandigheden en prijsontwikkeling in de nabije omgeving. Maatwerkafspraken kunnen daarbij worden vastgelegd in raamovereenkomsten.
Omdat gronden bouwrijp geleverd worden wordt bovendien rekening gehouden met de minimale grondwaarde in relatie tot de kostprijs voor bouwrijpe grond.
De grondwaarde wordt bij contracten gefixeerd op het geldende prijspeil en vervolgens met de CPI index alle huishoudens van het CBS geïndexeerd.
Bij verkoop van grond voor sociale huur wordt een suppletiebepaling opgenomen. Wanneer de verhuurder sociale huurwoningen verkoopt, van functie wijzigt (bijv. verhuurt buiten de aandachtsgroep) of overgaat tot samenvoeging, moet een aanvulling op de grondprijs worden voldaan. Dit geldt in beginsel voor een periode van 25 jaar1na gemiddeld 25 jaar vinden de eerste grote renovatie of groot onderhoudsinvesteringen plaats.
Het college van burgemeester en wethouders kan gebieden aanwijzen en of maatschappelijke doelstellingen benoemen, waarbij in afwijking van het standaard beleid soepele voorwaarden gelden. Daarbij kunnen de duur van de suppletieperiode, de mogelijkheden voor afwijkende huurprijzen en de hoogte van de vergoeding afwijken.
Groepen binnen (het woon)beleid
Aandachtsgroep(en) van het woonbeleid
Groepen huishoudens die (bijzondere) aandacht kunnen krijgen binnen het woonbeleid. Het gaat naast de doelgroep(en) van woningcorporaties in ieder geval om senioren, jongeren, vergunninghouders, ex-gedetineerden en mensen met een lichamelijke, verstandelijke, psychische of maatschappelijke functiebeperking.
Corporatiedoelgroep(en)
De doelgroepen van woningcorporaties bestaan uit:
De primaire doelgroep, huishoudens met een maximaal inkomen dat nog recht geeft op huurtoeslag. Voor 2017 is het maximale inkomen € 22.200 voor eenpersoonshuishoudens tot de pensioengerechtigde leeftijd, maximaal € 30.150 voor huishoudens van twee of meer personen tot de pensioengerechtigde leeftijd, maximaal 22.200 voor eenpersoonshuishoudens vanaf de pensioengerechtigde leeftijd en maximaal € 30.175 voor huishoudens van twee of meer personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd.
De secundaire doelgroep, huishoudens met een inkomen boven de huurtoeslaggrens tot de grens staatsteunregeling woningcorporaties € 36.165 (prijspeil 2017). Deze inkomens hebben geen recht meer op huurtoeslag, maar nog wel op een sociale huurwoning.
Zelfstandig wonen: (zorgbehoevende) senioren en mensen met functiebeperking
Voor de (zorgbehoevende) senioren en mensen met functiebeperkingen zijn vaak specifieke voorzieningen in de woning en woonomgeving nodig. Deze voorzieningen zijn beschreven in beleidsdocumenten van de gemeente Gouda.
Om dit soort woningen als sociale huurwoning te kunnen aanmerken geldt een maximale huurprijsgrens. Verder kunnen deze woningen in de categorieën sociale koop, middenhuur, geliberaliseerde huur in het dure segment, en marktkoop worden gerealiseerd. De grondprijs voor woningen voor mensen die zorgbehoevend zijn of een functiebeperking hebben, is dan gelijk aan deze categorieën.
Onzelfstandig wonen: zorgbehoevende senioren en mensen met een functiebeperking
Een deel van de zorgbehoevende senioren en mensen met een functiebeperking zal niet zelfstandig gehuisvest worden, maar in intramurale woonvormen. Voor deze woonvormen wordt de grondprijs gebaseerd op het grondprijsbeleid voor maatschappelijke voorzieningen (hoofdstuk 5).
Jongerenwoning
Een specifieke jongerenwoning is uitsluitend bedoeld voor zelfstandig wonende jongeren in de leeftijd vanaf 18 tot 23 jaar. Bij deze aandachtsgroep geldt een gemaximeerde huurprijs die lager is of gelijk aan de kwaliteitskortingsgrens zoals bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag.