Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5:16

Deelvoertuigen

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING BAARN 2019

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college op een openbare plaats een deelvoertuig bedrijfsmatig ter gebruik aan derden aan te bieden. 2.. Het college kan onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken, wijzigen, of schorsen, indien: a. . Een door het college vastgesteld vergunningenplafond of voertuigenplafond door het verlenen van de vergunning zou worden overschreden; of b. . het ter gebruik aanbieden van de deelvoertuigen: i. . gevaar en/of hinder oplevert voor de veiligheid van het verkeer of de veiligheid van andere weggebruikers of de veiligheid of bruikbaarheid van de openbare plaats; ii. . hinder veroorzaakt voor het woon- en/of leefklimaat; iii. . een nadelige invloed heeft op het milieu; iv. . onevenredig beslag legt op de openbare plaats; v. . afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare plaats; vi. . gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid. c. . De aanvraag wordt ingediend voor andere categorieën of typen deelvoertuigen dan waarop deze nadere regels betrekking hebben of voor een langere duur dan waarvoor vergunning kan worden aangevraagd. 3. . Het college kan in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de veiligheid, de goede doorstroming van het verkeer of ter voorkoming van onevenredig ruimtegebruik nadere regels vaststellen ten aanzien van het aanbieden van deelvoertuigen met betrekking tot: a. . Het maximale aantal vergunningen; b. . Het maximale aantal voertuigen; c. . de procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het aanbieden van deelvoertuigen. 4. . Het college kan wegen, weggedeelten of andere openbare plaatsen aanwijzen waar deelvoertuigen niet mogen worden geplaatst en/of ter gebruik worden aangeboden of waar uitsluitend deelvoertuigen mogen worden geplaatst en ter gebruik mogen worden aangeboden. 5. . In afwijking van artikel 1:7 wordt een vergunning verleend voor de duur van maximaal vijf jaar. 6. . Het is verboden te handelen in strijd met het bepaalde krachtens het derde en vierde lid. 7. . Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel