Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2:78

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING BAARN 2019

1.. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht] een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2.. De burgemeester kan, met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen, aan degene aan wie eerder een tijdelijk verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd, dat deze persoon opnieuw binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod een strafbaar feit pleegt, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3.. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid genoemde opgelegde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4.. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel