Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende documenten van nieuw benoemde leden voor de raad en de raadscommissies heeft plaats alvorens tot andere werkzaamheden wordt overgegaan.
De voorzitter wijst daartoe drie leden uit de gemeenteraad aan die de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende documenten onverwijld onderzoekt. De commissie wordt ondersteund door de griffier of diens plaatsvervanger.
De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.
Het onderzoek naar een rechtmatig verloop van de verkiezing voor de leden van de raad, bedoeld in artikel V4 van de Kieswet, heeft plaats voordat de leden van de raad terugtreden overeenkomstig het bepaalde in artikel C4 van de Kieswet. In afwijking van het tweede lid van dit artikel wijst de voorzitter in een vergadering voorafgaande aan die waarin het onderzoek plaatsvindt, drie vertrekkende leden uit het midden van de raad en één plaatsvervangend lid aan.
Toelichting artikel 2
Het feitelijke onderzoek vindt in de regel al plaats voorafgaande aan de vergadering van de raad, zodat bij monde van de voorzitter van de commissie direct verslag kan worden gedaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
| Onderzoek geloofsbrieven door commissie
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad Alkmaar, 2022