Ieder raadslid kan aan de burgemeester of aan het college schriftelijke vragen stellen.
De vragen worden kort en bondig geformuleerd, en kunnen van een toelichting worden voorzien.
Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden per ommegaande aan de indiener teruggestuurd.
De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college en de burgemeester worden gebracht.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen drie weken nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats tijdens de raadsvergadering onder het agendapunt ‘Rondvraag’. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
De antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad toegezonden.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording tijdens de ‘Rondvraag’, een verduidelijkende vraag stellen omtrent het door de burgemeester of het college gegeven antwoord.
Toelichting artikel 42
Het schriftelijke vragenrecht is op grond van artikel 155 lid 1 Gemeentewet voorbehouden aan raadsleden. Een schriftelijk vraag heeft betrekking op de keuze die door het college of de burgemeester wordt gemaakt. De beantwoording is dan ook voorzien van een collegebesluit.
De schriftelijke vragen komen binnen in briefvorm voorzien van het logo van de partij, verwijzend naar artikel 42 vragen RvO, en ondertekend door het vragenstellend raadslid.
De griffier toetst namens de voorzitter van de raad bij indiening of de vragen betrekking hebben op de bevoegdheden van het college of de burgemeester, of al eerder en nagenoeg gelijkluidende vragen zijn ingediend, of het onderwerp van de vragen kort te voren is behandeld in de raad, of het in een van de commissies aan de orde is geweest, dan wel binnenkort wordt geagendeerd, alsmede of sprake is van passend woordgebruik.
Indien de reguliere termijn voor de beantwoording van schriftelijke vragen is verstreken, vormt het feit dat deze vragen zijn gesteld geen belemmering meer om een ander instrument van de raad over dat onderwerp in te zetten. Zo nodig treedt de griffier of een door hem aan te wijzen ambtenaar daarover in contact met de vragensteller.
De beantwoording van de vragen kan op verzoek van een lid van de raad worden geagendeerd voor de desbetreffende commissie. Hij dient daarvoor een schriftelijke verzoek, inclusief reden voor agendering, in bij de agendacommissie.
Technisch informatieve vragen over onderwerpen waarbij het om feitelijkheden gaat, kunnen zowel door raadsleden als door commissieleden via de griffie aan ambtenaren worden gesteld. De beantwoording gaat alleen naar de vragensteller. Betrokkene bepaalt zelf of hij het met andere leden van de raad(scommissie) wil delen.
Hoofdstuk 7
Artikel 42 |
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad Alkmaar, 2022