De vergunning wordt ingetrokken indien:
niet langer wordt voldaan aan de in artikel 3 en artikel 4 gestelde eisen;
de krachtens artikel 5, tweede lid, gestelde voorschriften en beperkingen niet naar behoren worden nageleefd;
een niet in de vergunning vermelde persoon, anders dan ter opvolging van de daarin vermelde niet (meer) feitelijk als zodanig optredende bedrijfsleider en/of beheerder, in het bedrijf een van deze functies vervult;
zich in de inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zal opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid.
Artikel 7
Intrekkinggronden
Onderdeel van Verordening op het verstrekken van alcoholvrije dranken en eetwaren