Naar hoofdinhoud
2.1. Omdat de beschikking niet aan de overtreder kan worden uitgereikt, wordt de beschikking in de vorm van een sticker of label aan de (brom)fiets bevestigd. Op deze beschikking wordt de datum van constatering van de overtreding genoteerd, en wordt verwezen naar het beleid, de wettelijke grondslag en wordt de eigenaar gewezen op het kostenverhaal. Deze beschikking wordt aan de overtreder uitgereikt op het moment dat hij zijn (brom)fiets, tegen betaling van de bestuursdwangkosten (het bewaargeld) afhaalt. 2.2. Tweewekelijks - indien nodig vaker of minder vaak - worden verkeerd gestalde (brom)fietsen verwijderd uit de aangewezen gebieden. 2.3. Eénmaal per 3 maanden - indien nodig vaker of minder vaak - worden wees(brom)fietsen en (brom)fietswrakken verwijderd uit de aangewezen gebieden. 2.4. De verwijdering wordt op de voor de eigenaar minst bezwarende manier uitgevoerd. Dit betekent dat geen dan wel zo weinig mogelijk schade aan een (brom)fiets wordt veroorzaakt als de (brom)fiets voorzien is van een (ketting)slot dat voor verwijdering moet worden doorgeknipt. Als een (brom)fiets bijvoorbeeld met een hangslot aan een klem is vastgemaakt, dient het kettingslot aan het einde (in de buurt van het slot) te worden doorgeknipt, in plaats van in het midden. Op die manier is het slot, na doorknippen, nog steeds bruikbaar. 2.5. De toezichthouder noteert per (brom)fiets in ieder geval: het tijdstip van verwijderen van de (brom)fiets; de locatie waar de (brom)fiets is aangetroffen; de technische staat van de aangetroffen (brom)fiets (slecht, redelijk of goed); een beschrijving van de (brom)fiets en de aan/op de (brom)fiets aangetroffen goederen (merk, dames-, heren- of kinderfiets, type, kleur, of er een slot verwijderd moest worden en eventuele bijzonderheden). Het is toegestaan om hiervan een overzichtsfoto te maken waaruit blijkt om welke (brom)fiets en bijbehorende aangetroffen goederen het gaat.

Rechtspraak bij dit artikel