Naar hoofdinhoud
1.. Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen, die aan de subsidievereisten genoemd in artikel 4 voldoen, het vastgestelde subsidieplafond genoemd in het artikel 6 lid 1 te boven gaan, of wanneer er sprake is van een meerdere aanvragen voor een activiteit als bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze regeling, maakt het college voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen per activiteit op basis van de volgende criteria: de mate waarin de aangevraagde activiteit/ voorziening bijdraagt één van onderstaande doelstellingen (wegingsfactor 2): het voorkomen van verslavings- of psychische problematiek van minderjarigen en volwassen inwoners of; ii. het bieden van ondersteuning en handvatten aan naasten van inwoners met verslavings- of psychische problematiek of; iii. het voorkomen van terugval bij inwoners met verslavings- of psychische problematiek of; iv. het bieden van ondersteuning en begeleiding zodat inwoners met verslavings- of psychische problematiek zo veel als mogelijk kunnen herstellen en deelnemen aan de maatschappij. de mate waarin de aangevraagde activiteit/voorziening een aanvulling is op het bestaande activiteiten- en voorzieningenaanbod voor inwoners uit de maatschappelijke opvang/beschermd wonen doelgroep en/of diens naasten (wegingsfactor 2); de mate waarin de subsidieaanvrager samenwerkt met andere relevante partijen in het werkveld, waarbij wordt gekeken naar de samenwerking voorafgaand aan de aanvraag en de beoogde samenwerking ten tijde van de mogelijke subsidieverlening; (wegingsfactor 3); de mate waarin de activiteit reeds naar tevredenheid in de regio Oost- Veluwe wordt uitgevoerd door de subsidieaanvrager en of de opgebouwde kennis, ervaring en infrastructuur positief bijdraagt aan eventuele voorzetting/ het doorbouwen van de voorziening/activiteit. (wegingsfactor 2); het rendement van de activiteit, in die zin dat hoe de omvang, aard en het bereik van de activiteit zich verhoudt tot de opgevoerde kosten. (wegingsfactor 4). de mate waarin de activiteit gebruik maakt van de inzet van ervaringsdeskundigen en/of vrijwilligers (wegingsfactor 2). 2.. Per criterium zoals genoemd in het eerste lid kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0: onvoldoende, 1: matig, 2: voldoende, 3: goed, 4: uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. 3.. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op de criteria met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. De aanvraag kan worden geweigerd wanneer er niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3. 4.. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen gebalanceerde spreiding van de activiteit gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een gebalanceerde spreiding van de betreffende activiteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel