Bij de uitvoering van de bijzondere bijstand heeft het college een beperkte beleidsvrijheid. De Participatiewet (verder PW) staat boven deze uitvoeringsregels. De marges die door de gemeente zelf ingevuld kunnen worden zijn in deze uitvoeringsregels vastgelegd.
Daarnaast staat het de gemeente vrij om een Meedoenregeling en een Kindpakket op te stellen. De criteria en de hoogte van de vergoedingen worden in deze uitvoeringsregels vastgesteld.
Er bestaat alleen recht op bijzondere bijstand als de aanvrager geen beroep kan doen op een andere uitkering of regeling die de extra of hoge kosten vergoedt, zoals de zorgverzekering. Zo’n andere regeling is dan een ‘voorliggende voorziening’. Dit betekent dat:
• er geen recht bestaat op bijzondere bijstand als men via een andere uitkering of regeling de bijzondere kosten vergoed krijgt.
• als men via een andere uitkering of regeling maar gedeeltelijk de bijzondere kosten krijgt vergoed, voor dat gedeelte geen recht op bijzondere bijstand bestaat.
Voor voorzieningen die worden genoemd in deze uitvoeringsregels verstrekt het college als dat nodig is een vergoeding of tegemoetkoming. Het college heeft de bevoegdheid om daarvan af te wijken. Als het college dat doet, legt het college ook uit waarom het van de uitvoeringsregels afwijkt.
Het vaststellen van de uitvoeringsregels is een bevoegdheid van het college.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
grenzen aan de beleidsvrijheid
Onderdeel van Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand, Meedoenregeling en Kindpakket 2022