Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.4

Verhuis- en inrichtingskosten

Onderdeel van Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand, Meedoenregeling en Kindpakket 2022

De kosten van een verhuizing of (her)inrichting moeten worden betaald uit aanwezig vermogen en/of een inkomen ter hoogte van de bijstandsuitkering voor levensonderhoud. Dit moet volgens uitspraken van rechters door vooraf voor de kosten te reserveren of door een lening af te sluiten en die achteraf in termijnen terug te betalen. Als er sprake is van bijzondere omstandigheden, kan soms wel bijzondere bijstand worden verstrekt in de vorm van een lening of borgtocht. Van bijzondere omstandigheden kan worden gesproken, als een verhuizing of (her)inrichting niet gepland was, maar wel zo noodzakelijk is dat uitstel tot ongewenste gevolgen leidt. Dit kan wellicht het geval zijn bij woningtoewijzing op basis van een urgentieverklaring, hoge woonkosten in de oude woning, bevordering van langer zelfstandig wonen of een verhuisverplichting. Hierbij moet de mogelijkheid om te reserveren hebben ontbroken en de mogelijkheid van gespreide betaling achteraf niet bestaan. De hoogte van de lening of borgtocht wordt bepaald op basis van 50% van de richtlijnen van het Nibud voor verhuis- en inrichtingskosten. Dit omdat mensen bijvoorbeeld ook via Marktplaats, een kringloopwinkel of de Mini Mannamarkt tweedehands spullen kunnen kopen. Als een inwoner voor het eerst zelfstandig gaat wonen, moet voor de kosten van verhuizing en inrichting gereserveerd zijn. Als dat niet gebeurd is, zal men de verhuizing moeten uitstellen, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie. De kosten voor woninginrichting moeten samenhangen met de verhuizing en moeten niet het gevolg zijn van een reguliere vervanging van goederen waar men reeds over beschikt.

Rechtspraak bij dit artikel