Naar hoofdinhoud
regels Wet op de Lijkbezorging De Wet op de Lijkbezorging regelt de uitvaart van overledenen in het geval niemand een opdracht tot lijkbezorging heeft gegeven. De kosten hiervan komen voor rekening van de gemeente waarin de overledene zich bevindt. Een gemeente heeft de mogelijkheid om de kosten te verhalen op nabestaanden van de overledene. De Wet op de Lijkbezorging is geen voorliggende voorziening, maar de allerlaatste. regels Participatiewet De nabestaande die opdracht heeft gegeven voor lijkbezorging (of de nabestaande op wie de kosten voor de lijkbezorging worden verhaald) en die over te weinig middelen van bestaan beschikt om (zijn deel van) de kosten te voldoen, kan een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen. De kosten voor een begrafenis of crematie behoren tot de nalatenschap. Als er in de nalatenschap onvoldoende middelen zijn om de schulden te betalen, komen de uitvaartkosten voor rekening van de erfgenamen (bloedverwanten in eerste graad + echtgenoot of partner). De erfgenamen moeten de uitvaartkosten delen volgens de regels van het erfrecht. Iedere erfgenaam kan voor zijn of haar deel een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen bij de gemeente waar hij of zij woont. De bijzondere bijstand is per uitvaart gemaximeerd. De maximale vergoeding bedraagt € 3.500,00. Op dit bedrag wordt een eventuele uitkering van een begrafenis-/uitvaartverzekering in mindering gebracht. De bijzondere bijstand wordt rechtstreeks overgemaakt aan de uitvaartondernemer. Bij overlijden in het buitenland wordt geen bijzondere bijstand verleend voor de kosten van repatriëring. Er wordt ook geen bijstand verleend voor een begrafenis en/of uitvaart in het buitenland. Voor de uitvaart van andere personen dan bloedverwanten in de eerste graad en echtgenoten/partners wordt geen bijstand verleend.

Rechtspraak bij dit artikel