Voor de legeskosten van een eerste verblijfsvergunning bestaat nooit recht op bijzondere bijstand gelet op artikel 11 lid 2 en 3 PW. Op het moment dat de kosten gemaakt worden, verblijft men nog niet rechtmatig in Nederland.
Legeskosten voor de verlenging van een verblijfsvergunning behoren volgens de rechtspraak tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm en komen dus niet voor bijzondere bijstand in aanmerking.
Alleen als de noodzaak voor verlenging ontstaan is door bijzondere omstandigheden kan de gemeente, rekening houdend met de individuele omstandigheden, bijzondere bijstand in de kosten verlenen.
Het niet hebben kunnen reserveren en het niet af kunnen sluiten van een lening voor deze kosten, kan een bijzondere omstandigheid zijn. De bijstand wordt dan in de vorm van een lening of borgtocht verstrekt:
• als de aanvrager op korte termijn voldoende middelen krijgt om de kosten zelf te betalen, of
• als de noodzaak om bijstand te geven ontstaan is omdat de aanvrager zich onverantwoordelijk gedragen heeft.
In andere gevallen wordt de bijstand ‘om niet’ verleend.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1
Verblijfsvergunning.
Onderdeel van Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand, Meedoenregeling en Kindpakket 2022