De motieven bij het hanteren van de weigeringsgronden mogen niet strijdig zijn met de bevoegdheidsgrondslag. Het beleid dat door het College wordt vastgesteld ter uitvoering van de APV-bepaling mag niet de wettelijke grondslag (i.c. artikel 149 Gemeentewet) overschrijden. Dit houdt in dat het beperken van het aantal af te geven standplaatsvergunningen om de gevestigde winkeliers tegen concurrentie te vrijwaren, niet is toegestaan. Reguleren van de concurrentieverhoudingen wordt niet tot de huishoudelijke belangen van de gemeente gerekend. De vrije marktwerking dient hier zijn beloop te krijgen.
De aanvragen om vergunning dienen uitsluitend te worden getoetst aan de weigeringsgronden in de APV.
Het ordenen van het innemen van standplaats is mogelijk doordat het College in dit standplaatsenbeleid zaken kan vastleggen betreffende:
vaststelling van het maximum aantal af te geven vergunningen;
de aanwijzing van locaties waar standplaatsen mogen worden ingenomen;
de aanwijzing van tijdstippen waarop standplaatsen mogen worden ingenomen;
de beperking van de standplaatsen i.v.m. de fysieke gesteldheid van de locatie.
Met betrekking tot het maximumstelsel kan opgemerkt worden dat de Raad van State heeft bepaald dat in het belang van de openbare orde nodig kan zijn om het aantal te verlenen vergunningen aan een maximum te binden. Ook op basis van de Europese Dienstenrichtlijn is een maximumstelsel toegestaan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Inhoud standplaatsenbeleid/motieven hanteren weigeringsgronden
Onderdeel van Standplaatsenbeleid Gemeente Brunssum 2021