Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.1

Uit het Nationaal Sportakkoord

Onderdeel van Zeeuws Sportakkoord

Nieuwe aanbieders, zoals fitnesscentra, yogascholen en klimhallen hebben de afgelopen decennia de markt betreden waardoor er naast de sportvereniging veel meer soorten sportaanbieders zijn gekomen. Deze nieuwe aanbieders weten vaak goed in te spelen op de toenemende behoefte van sportconsumenten aan flexibiliteit. Iets waar de klassieke sportvereniging van nature minder op gericht is. Uit de verenigingsmonitor 2016 van het Mulier Instituut blijkt dat een kwart van de verenigingen de afgelopen twee jaar met een dalend ledental te maken heeft gehad. Uit diezelfde monitor blijkt dat 14 procent van de verenigingen kampt met een tekort aan vrijwilligers en 40 procent een tekort aan trainers heeft. Een derde van alle verenigingen (38 procent) beschikt over trainers/coaches/instructeurs die voldoende gekwalificeerd of opgeleid zijn. Het aandeel van de bevolking van twaalf jaar en ouder dat maandelijks of vaker actief is als vrijwilliger in de sport is stabiel op 10 procent. Slechts een kwart van de Nederlandse sportverenigingen is vitaal en 16 procent is aan te merken als een Open Club. Veel aanbieders kunnen hulp gebruiken om de beoogde doorontwikkeling te gaan maken. De ondersteuning varieert van tijdelijke procesbegeleiding tot meer structurele inzet van professionals in of om de vereniging. Het landschap van deze ondersteuning is nu sterk versnipperd hetgeen de effectiviteit om sportaanbieders te helpen in hun ontwikkeling niet ten goede komt.

Rechtspraak bij dit artikel