Voor Zeeland zijn er alleen specifieke cijfers naar aanleiding van onderzoek naar discriminerend gedrag . Respondenten geven aan dat discriminatie voorkomt op basis van huidskleur en herkomst/etniciteit. Deze incidenten deden zich enkele keren per jaar voor. Als discriminatie voor kwam, ging het vaak om spelers die door tegenstanders of het publiek werden uitgescholden. Uit onderzoek blijkt dat spelers het vaakst gediscrimineerd worden door de tegenstander. Ook komt het regelmatig voor dat de spelers, scheids- of grensrechter gediscrimineerd worden door het publiek. De discriminatie incidenten doen zich het meest voor tijdens wedstrijden, waarbij de spanning hoog kan oplopen. Bijna alle respondenten uit het onderzoek geven aan dat het nodig is om aandacht te besteden aan discriminatie en respectloos gedrag binnen de sportvereniging.
Deze bevindingen sluiten aan bij uitkomsten van de Veilig Sport Klimaat Monitor 2018 van het Mulier Instituut . Door de toegenomen aandacht voor het bevorderen van een veilig sportklimaat en tegengaan van ongewenst gedrag is hier meer aandacht voor bij sportverenigingen. Er zijn afspraken over gemaakt of personen aangesteld om er opvolging aan te kunnen geven of het te voorkomen. Het Vertrouwenspunt Sport (VSP) en Instituut voor Sportrechtspraak (ISR) zien wel een stijging van het aantal meldingen op het onderwerp van zwaar ongewenst gedrag. Dit zijn dan vooral meldingen van zaken die zich buiten de lijnen van het sportveld of de sportzaal afspelen (zoals
vandalisme, pesten of seksuele intimidatie).
Overige, voor Zeeland relevante landelijke cijfers en feiten uit de VSK Monitor 2018;
● 57 procent van de sportverenigingen is in 2017 actief in het voorkomen van ongewenste praktijken
● 85 procent van de sportverenigingen heeft één of meer regelingen ten aanzien van gewenst en/of ongewenst gedrag
● Gemiddeld geeft sporttechnisch kader als rapportcijfer een 8,7 op de stelling dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor het bevorderen van een veilig sportklimaat
● 81 procent van de bestuurders geeft aan dat op de vereniging aandacht is voor het kennen van de spelregels
● 57 procent van het arbitrerend kader geeft aan dat ze geschoold zijn in weerbaarheid
● 56 procent van alle verenigingen heeft een vertrouwenscontactpersoon aangesteld
● In 2017 ontving het onafhankelijke Vertrouwenspunt Sport 214 meldingen van
● grensoverschrijdend gedrag
● Van 2012 tot het najaar van 2018 zijn in totaal 152.622, “Verklaringen Omtrent Gedrag” (VOG) aangevraagd voor vrijwilligers in de sport. Ongeveer 0,1 procent werd geweigerd