Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Regels m.b.t. parkeren en het afsluiten van de openbare weg/ voorkoming gevaar en hinder voor het verkeer

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit vergunningvrije evenementen als bedoeld in artikel 2:25, derde lid van de APV

Het parkeren wordt zodanig geregeld, dat elders geen parkeeroverlast wordt veroorzaakt. De eventuele afzetting van de openbare weg geschiedt met dranghekken voorzien van een verkeersbord C1. Dranghekken met de daarbij behorende verkeersborden zijn verkrijgbaar bij de gemeente. De afzetting wordt, als deze na zonsondergang nog aanwezig is, voldoende verlicht. De doorgang voor bewoners en werknemers van bedrijven in het gebied, alsmede voor hulpverleningsdiensten wordt ten alle tijden gewaarborgd. Als achterliggende woonstraten slechts via een omweg bereikt kunnen worden, wordt bij de afzetting duidelijk een omleidingsroute aangegeven. Uitritten worden niet geblokkeerd. Het afzetten en vrijmaken van het te gebruiken terrein en de openbare weg geschiedt door en voor rekening van de organisatie. De afzetting wordt zo spoedig mogelijk na afloop van de activiteiten doch uiterlijk een 1 uur na afloop van het evenement verwijderd. Het gebruik van objecten en de van daaruit te ondernemen activiteiten is redelijkerwijs niet zodanig, dat voetgangers en/of overig verkeer daarvan gevaar of hinder ondervinden.

Rechtspraak bij dit artikel