Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Waarom KODE (Kader Opwekking Duurzame Energie) Beesel?

Onderdeel van Toetsings-KODE Beesel - Toetsings-Kader voor Opwekking Duurzame Energie

Focus op lokale opwekking binnen thema duurzaamheid Dit kader richt zich binnen het brede thema duurzaamheid op het onderdeel energietransitie en daarbinnen specifiek op de lokale opwekking van duurzame energie en dan ook nog eens via zonne- of windenergie. Nut en noodzaak Als gemeente zien we zowel het nut als de noodzaak om tot voldoende lokale opwekking van energie over te gaan. De energietransitie biedt ons zeker kansen. Rijksbeleid is de energievoorziening van centraal en fossiel steeds meer te transformeren naar lokaal en hernieuwbaar. Dit betekent dat weliswaar de lasten, maar ook de lusten meer lokaal behouden kunnen worden. Dat kan de lokale en regionale economie versterken. We dragen daarmee zelf bij aan een schonere woon- en leefomgeving. De noodzaak mag helder zijn: klimaatverandering is een belangrijke aanleiding voor de energietransitie. CO2 en andere emissies door fossiele brandstoffen zorgen voor onder andere temperatuurstijging, droogte, extreme buien, stijging van de zeespiegel en verstoring van ecosystemen. Daarnaast zien we problemen met de winning van aardgas in Groningen en willen tegelijkertijd niet te zeer afhankelijk zijn van bepaalde buitenlanden. Focus op zonne- en windenergie Zonneparken of windparken zijn voor onze gemeente nieuw. We hebben daarin een dubbele opgave. Enerzijds om invulling te geven aan de akkoorden waar we deel van uit maken, anderzijds omdat we het zelf ook willen en ambiëren richting een gezonde toekomst. Zonne- en windenergie zijn toepasbare en bewezen technieken. Er is geen sprake van uitstoot tijdens de exploitatie en ze kunnen decentraal worden toegepast. Het zijn, mits met beleid toegepast, maatschappelijk breed geaccepteerde vormen van duurzame energieopwekking. In de afgelopen jaren heeft vooral de opwekking van zonne-energie een enorme vlucht genomen. Door de toegenomen urgentie en rijkssubsidiemogelijkheden is het aantal verzoeken voor het realiseren van grootschalige grondgebonden zonneparken en windparken in den lande aanzienlijk toegenomen. In eerste instantie ging het alleen om het opwekken van zonne-energie op de daken van woningen en bedrijfsgebouwen. Biovergisting, biomassacentrales, mestvergisting en vergelijkbare installaties zijn buiten beschouwing gelaten in dit kader en doorlopen bij ontwikkeling ervan een maatwerkaanpak. Reden hiervoor is dat deze over het algemeen bedrijfsgebonden zijn en worden voorzien door passende wet- en regelgeving. Zonne- en windparken daarentegen zijn een relatief nieuwe ontwikkeling in ons buitengebied en vragen om nadere kaderstelling. Zie hoofdstuk 4 voor kaders voor zonne-energie en hoofdstuk 5 voor kaders voor windenergie. Spanningsveld tussen energieambities en omgevingskwaliteit De energietransitie zien we als een blijvende en noodzakelijke ontwikkeling en staat niet ter discussie. Het feit dat we lokaal energiebronnen aanboren of realiseren hoort daartoe. Opwekking en gebruik komen dichter bij elkaar te liggen. Dat heeft impact op de omgeving, zoals elke ruimtelijke ontwikkeling. Tot nu toe sturen we vooral op de ruimtelijke kwaliteit omdat we daarvoor makkelijker kunnen terugvallen op bestaande kaders en wet- en regelgeving. Sec de huidige kaders zijn ontoereikend om een goede ruimtelijk-planologische afweging te kunnen maken. Dit doet tekort aan de maatschappelijk impact van grootschalige opwekking via zonne- of windparken. Veelal wordt er wel een profijtplan aangereikt om de omgeving enigszins mee te laten profiteren en worden soms de mogelijkheden geboden om financieel mee te doen via een postcoderoos. Het beleidsterrein is redelijk nieuw voor de overheid, kaders worden nog gemist. Als gemeente willen we meer balans brengen in de ruimtelijke en maatschappelijke afwegingen die samenhangen met een zonne- of windpark. Het ruimtelijk aspect blijft belangrijk (waar kan het wel, waar niet), evenals de kwaliteitscriteria die zorgdragen voor een goede landschappelijke inpassing en beoogde kwaliteitsverbetering. Het maatschappelijk aspect is even belangrijk, denk daarbij in het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog en het eerlijk verdelen van lasten en lusten. Zie hoofdstuk 3 voor een nadere uitwerking van de balans die we zoeken tussen de vier domeinen: ruimte – inwoners – locatie – eigenaarschap. We staan open voor nieuwe ontwikkelingen Dit kader zoomt in op zon en wind. Tegelijkertijd zijn we niet blind voor andere en nieuwe technieken, zoals de inzet van verticale opstelling van panelen in het veld met zogenaamde tweezijdige (bifacial) panelen, de opwekking van warmte door zonnepanelen, inzet van waterkracht, maar mogelijk ook omzetten van elektriciteit in gas of andersoortige dragers of de inzet van opslag. Helder kader en tegelijkertijd een adaptief karakter KODE Beesel is een uitnodigingskader, tot stand gekomen in samenspraak met verschillende partners en belangenorganisaties, en uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin staat op welke locaties wat mogelijk is, wat wanneer gebeurt, op welke manier en hoe inwoners en gebruikers van het gebied meegenomen worden in het ontwikkelproces en welke mogelijkheden er zijn voor participatie. De kwaliteit van de landschapscomponent (van landschap tot kavel tot objecten) en de participatieve component (van omgevingsdialoog tot partnerschap) staat voorop. Zowel de ruimtelijke component als de participatiecomponent is gedetailleerd omschreven. In een vroeg stadium biedt KODE Beesel handvatten om te bezien of een initiatief voldoende kwaliteit heeft om op enig moment het vergunningstraject in te gaan. Echter, de toekomst is niet voorspelbaar. We gaan zeker tegen verrassingen aanlopen. Er komen ontwikkelingen die de energietransitie zullen versnellen, maar ook kunnen vertragen. Reden dat we graag spreken over een adaptief kader dat kan worden bijgesteld als ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Monitoren en evalueren Het is belangrijk voor de gemeente om te monitoren of het kader het beoogde effect heeft. Er is sprake van veel dynamiek op het terrein van zonne- en windenergie, de infrastructuur, ontplooiing van participatie, etc. Reden om 2 jaar na vaststelling (1e kwartaal 2022) een eerste evaluatie te plannen en met de gemeenteraad hierover van gedachten te wisselen. Dit herhalen we vervolgens elke 2 jaar . Dit maakt het mogelijk om het kader op onderdelen bij te stellen en in een goede balans van ‘uitnodiging’ en ‘kwaliteit’ te blijven. Redenen zijn bijvoorbeeld dat de initiatieven toch te weinig kwaliteit realiseren dan we voor ogen hebben, de opgave niet behaald wordt, blijkt dat de inpassingseisen te hoog zijn, etc. Tussentijdse ervaringen, aanvullingen en verbetersuggesties bundelen we en worden in een actualisatie verwerkt. We monitoren op de doelen die we willen bereiken (kwantitatief in de zin van opwekking hernieuwbare elektriciteit en bespaarde CO2-uitstoot) en op de wijze waarop (voldoen de kwalitatieve uitgangspunten uit de KODE, zijn ze werkbaar). Dynamiek rond opwekking al volop aanwezig In de afgelopen jaren heeft vooral de opwekking van zonne-energie een vlucht genomen. In eerste instantie ging het alleen om het opwekken van zonne-energie op de daken van woningen en bedrijfsgebouwen. Door de toegenomen urgentie en rijkssubsidiemogelijkheden is het aantal verzoeken voor het realiseren van grootschalige zonneparken (ook wel zonneweides of zonneakkers genoemd) aanzienlijk toegenomen. Ook initiatieven voor windenergie komen langs. Gedurende het proces van de totstandkoming van de duurzaamheidsvisie bleek dat veel inwoners het belang van duurzame opwekking van energie onderschrijven, maar hierover ook de nodige bedenkingen en vragen bestaan. Dit kader beschrijft de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie en windenergie en de bijbehorende voorwaarden en schept daarmee meer duidelijkheid.

Rechtspraak bij dit artikel