**1..** Het inkomen van het huishouden wordt op de peildatum vastgesteld door uit te gaan van:
het inkomen in de maand voorafgaande de peildatum als het gaat om regelmatige inkomsten;
het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaande de peildatum als het gaat om onregelmatige inkomsten;
het gemiddelde inkomen in de 12 maanden voorafgaande de peildatum als het gaat om inkomsten uit zelfstandigheid of eigen beroep.
**2..** Van het inkomen boven 130% van de bijstandsnorm wordt het deel van het inkomen waarover door beslag of een schuldhulpverleningstraject niet kan worden beschikt, niet meegenomen bij het bepalen van het inkomen.
**3..** Er wordt aangenomen dat het inkomen niet hoger is dan 130% van de bijstandsnorm als het huishouden:
in de periode van 3 maanden direct voorafgaande de peildatum de individuele inkomenstoeslag, de tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, meedoen jongeren of meedoen ouderen toegekend kreeg; of
voorafgaande de peildatum bijzondere bijstand zonder draagkracht toegekend kreeg en het draagkrachtjaar op de peildatum nog niet verstreken is.
**4..** De middelen als bedoeld in artikel 31, tweede lid en artikel 33, vijfde lid van de wet worden niet meegenomen bij het bepalen van het inkomen.
Artikel 5
Vaststellen inkomen
Onderdeel van Tijdelijke beleidsregels energietoeslag gemeente Noordoostpolder