Daarnaast gelden de volgende spelregels voor voorzieningen:
Voor het vormen van een voorziening wordt een minimumcriterium van € 100.000 op het moment van instellen van de voorziening gehanteerd. Uitzondering hierop is de voorziening in verband met ontvangen geoormerkte rijks- en provinciegelden met terugbetalingsverplichting;
Dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen dienen gebaseerd te zijn op een vastgesteld beheerplan. Zowel de lasten als de baten worden in dit plan geïndexeerd (inflatiecorrectie);
Het opheffen van voorzieningen (m.u.v. onderhoudsvoorzieningen) vindt plaats op het moment dat de verplichting c.q. het ingeschatte risico zich heeft geëffectueerd of als gevolg van veranderde omstandigheden is vervallen. Nadat afhandeling heeft plaatsgevonden valt een eventueel saldo vrij ten gunste van de exploitatie in het jaar van afhandeling. Het besluit tot het opheffen van voorzieningen ligt bij de gemeenteraad;
Uitgaven komen rechtstreeks ten laste van voorzieningen en gaan niet via de exploitatie. Een voorziening wordt gevormd ten laste van een bepaald jaar omdat in dat jaar wel de voorwaardelijke verplichting ontstaat maar niet de bijbehorende uitgaven worden gedaan. Een uitzondering wordt gemaakt met betrekking tot de voorzieningen die gebaseerd zijn op het beschikbaar komen van middelen van derden;
Afwijkingen in geraamde dotaties worden gemeld bij de bestuursrapportage. Onttrekkingen worden aan eind van het jaar afgerekend, als toelichting bij de jaarrekening;
Bij de actualisatie van de beheerplannen wordt beoordeeld of de onderhoudsvoorziening op basis van de vastgestelde uitgangspunten meerjarig van voldoende omvang is. Als een voorziening een te hoge dan wel te lage omvang vertoont op basis van de vastgestelde nieuwe uitgangspunten zal het overschot c.q. te kort onderdeel uitmaken van de integrale afweging van beleidsbeslissingen (bijv. bij een tekort de afweging kwaliteitsniveau versus benodigde middelen);
Bij het opstellen van de begroting en jaarrekening wordt beoordeeld of de voorziening op basis van de vastgestelde uitgangspunten meerjarig van voldoende omvang is. Op momenten dat geconstateerd wordt dat de voorziening op basis van nacalculatie een te hoge of lage omvang vertoont, komt dit meerdere via de exploitatie ten gunste of ten laste van de algemene reserve;
Voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde;
Over voorzieningen vindt geen rentetoerekening en -toevoeging plaats.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
- Overige ‘spelregels’ voorzieningen
Onderdeel van Nota reserves en voorzieningen 2021