Naar hoofdinhoud

§ 6.

Artikel 21a.

Het houden van afvalproeven

Onderdeel van Afvalstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021

1.. In dit artikel wordt verstaan onder afvalproef: het afwijken van het bepaalde in artikelen 7 en/of 8 van deze verordening met het oog op verder scheiden of juist samenvoegen van door het college van burgemeester en wethouders te bepalen afvalstromen teneinde kennis op te doen waardoor verdere afvalscheiding dan wel hergebruik wordt bevorderd. 2.. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten tot het houden van een afvalproef/pilot. 3.. Deelname aan een afvalproef/pilot mag geen financieel nadeel opleveren voor de deelnemers ervan. 4.. In het besluit, zoals genoemd in het tweede lid, wordt in ieder geval opgenomen: het precieze doel van de betreffende afvalproef/pilot; de tijdsduur van de betreffende afvalproef/pilot; van welke regels wordt afgeweken; voor welk geografisch gebied de betreffende afvalproef/pilot geldt; de aan de betreffende afvalproef/pilot verbonden voorwaarden. 5.. De raad wordt uiterlijk vier weken voor aanvang van een afvalproef/pilot door het college van burgemeester en wethouders geïnformeerd over de betreffende afvalproef/pilot. 6.. Iedere afvalproef/pilot wordt geëvalueerd. Als de evaluatie daarvan aanleiding geeft tot het aanpassen van deze verordening, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de in lid 3 onder b genoemde tijdsduur van de betreffende afvalproef/pilot te verlengen met het oog op het aanpassen van de verordening.

Rechtspraak bij dit artikel