**1..** De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.
**2..** Een commissiegriffier is aanwezig in de vergaderingen.
**3..** Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Toelichting hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 2. Instelling raadscommissie
Deze raadsperiode is gekozen voor een vergaderstelsel met 3 raadscommissies, te weten een raadscommissie Bestuur en middelen, een raadscommissie Fysieke Leefomgeving en een raadscommissie Sociale Leefomgeving. De verdeling van onderwerpen over deze 3 commissies is als volgt.
Bestuur en middelen
Fysieke leefomgeving
Sociale leefomgeving
Demografische ontwikkelingen;
Bestuurlijke verhoudingen;
Brandweer, politie en geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;
Openbare orde en veiligheid (hoogwaterbescherming), buurtpreventie;
Communicatie;
Personeel en organisatie, bedrijfsvoering;
Nationale samenwerking Vereniging Nederlandse Gemeenten, Vereniging
Limburgse Gemeenten, gemeenschappelijke regelingen;
- Vreemdelingenbeleid, Asielzoekerscentrum;
Dualisering;
- Internationale samenwerking (jumelage, Euregio);
Handhaving;
Horeca en kermissen;
Financiën en lastendruk.
Wonen (bouwen en wonen, monumentenzorg, volkshuisvesting, woonwagens);
Ruimtelijke ordening (ruimtelijke plannen, exploitatie bestemmingsplannen, grondbeleid en ontgrondingen, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht);
Plattelandsvernieuwing en plattelandsfuncties (landbouw, natuurbeheer en recreatie)
Werken;
Economie, retail, toerisme en recreatie, bedrijventerreinen, havens, waterwegen, midden- en kleinbedrijf, agrarische sector, markten);
Openbare ruimte;
Verkeer en vervoer;
Civiele techniek (weg- en rioolbeheer, kunstwerken), nutsbedrijven;
Milieu (milieubeheer, duurzaamheid, afvalverwerking, natuur- en milieueducatie).
Drie decentralisaties uit het Regeerakkoord over het sociale domein: Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet;
Accommodatie- en subsidiebeleid;
Werkgelegenheid;
Sociale werkvoorziening;
Dorpsraden, dorpsontwikkeling en leefbaarheid;
Kunst- en cultuurbeleid;
Vrijwilligerswerk en mantelzorg;
Onderwijs en leerplicht;
Welzijn, sport; - Volksgezondheid.
Artikel 3. Taken
De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Een raadscommissie is vooral gericht op voorbereiding en informatievoorziening. Het politieke debat vindt plaats in de raad.
De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.
De raadscommissie bepaalt evenals de raad haar eigen agenda. Dit betekent dat niet het college, maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. In artikel 2b van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad is om dit te coördineren een Agendacommissie ingericht. Deze commissie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke afstemming van raads- en commissievergaderingen. Veelal zal het echter wel zo zijn dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter
De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Deze raadsperiode nemen er vanuit elke fractie vaste commissieleden deel aan elke commissie. Op deze manier wordt gestreefd naar een betere verdeling van de werklast en stimulering van specialisatie en deskundigheid binnen de fracties.
De commissieleden worden door de raad benoemd, op voordracht van de fracties. Dit houdt in dat het aan de fracties zelf is om te bepalen wie de betreffende fractie vertegenwoordigen in de verschillende commissies. Het is enkel mogelijk – overeenkomstig het zevende lid zelfs verplicht - de benoeming van een voorgedragen lid te weigeren als het een ‘burgerlid’ betreft dat niet voldoet aan bepaalde vereisten van de Gemeentewet.
Op grond van het zevende lid moeten commissieleden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12 en 13 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de Gemeentewet mogen vervullen.
De raad benoemt de commissievoorzitters (negende lid). Op grond van artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet kan enkel een raadslid als voorzitter van een raadscommissie benoemd worden.
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures
De zittingsperiode van de leden en de voorzitter is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan.
Het lidmaatschap van een raadscommissie eindigt eveneens van rechtswege, indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4, zevende lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die niet meer vertegenwoordigd is in de raad.
De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op grond van het tweede lid recht op een eigen lid.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Commissiegriffier.
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies en beeldvormende bijeenkomsten Beekdaelen 2022