Basis: Artikel 1 Begripsomschrijving, Verordening leerlingvervoer.
Voor de bepaling van het recht op leerlingenvervoer wordt gekeken naar het adres waar de leerling op de schooldagen structureel feitelijk zijn hoofdverblijf heeft. Daarbij maakt het niet uit of de ouder of verzorger zelf in een andere gemeente staat ingeschreven. Indien een leerling op twee plaatsen structureel en feitelijk verblijft (bijvoorbeeld omdat er sprake is van co-ouderschap), dienen de ouders/verzorgers afzonderlijk een aanvraag in te dienen voor de dagen dat het kind tijdens weekdagen bij hen verblijft.