Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming kosten leerlingenvervoer gemeente Etten-Leur 2022

1.. Burgemeester en wethouders kunnen periodiek onderzoeken of er aanleiding is een beslissing als bedoeld in artikel 6 van deze verordening te heroverwegen. 2.. De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling doen aan burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging schriftelijk mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de vervoersvoorziening. Zo mogelijk vermelden zij daarbij de ingangsdatum van de wijziging. 3.. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kennen burgemeester en wethouders al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Burgemeester en wethouders delen het eventuele besluit tot toekenning van een nieuwe vervoersvoorziening schriftelijk mee aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als burgemeester en wethouders vaststellen dat: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. 5.. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6.. Bij een schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in lid 2 wordt de, als gevolg daarvan, ten onrechte genoten bekostiging of de door het college maakte kosten voor het verstrekken van de vervoersvoorziening van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling teruggevorderd tenzij sprake is van een dringende redenen. Als er geen sprake is van een schending van de inlichtingenplicht dan kan het college overgaan tot een terugvordering.

Rechtspraak bij dit artikel