In principe gelden er voor de bouw van landhuizen dezelfde voorwaarden als voor de bouw van een reguliere (burger) woning. Gezien het feit dat landhuizen in of aansluitend aan het buitengebied worden gebouwd dienen de regels voor de bouw van burgerwoningen uit het bestemmingsplan buitengebied in acht te worden genomen. In afwijking hierop worden de volgende (soepelere) voorwaarde gesteld:
De oppervlakte van een bouwkavel (bestemmingsvlak) mag maximaal 5.000 m2 bedragen.
Maatvoering van de nieuwe bebouwing (woningen én bijgebouwen) is afhankelijk van het (kwalitatief hoogwaardig) ontwerp, maar staat altijd in verhouding tot de grootte van het landgoed.
In beginsel dient uitgegaan te worden van maximaal 1500 m3 per wooneenheid met een goot- en nokhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter.
Voor vrijstaande bijgebouwen wordt in beginsel uitgegaan van een maximaal oppervlak van 100 m2 en met een goot- en nokhoogte van respectievelijk 3 en 7 meter.