Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Overige bepalingen

Onderdeel van Verordening vereveningsfonds sociale woningbouw Lisse

1.. Als door bijzondere omstandigheden de strikte toepassing van deze verordening, naar het oordeel van het College, zou leiden tot een onevenredige uitkomst dan wel een uitkomst strijdig met het belang van volkshuisvesting, is het College bevoegd van deze verordening af te wijken, mits de aard en de strekking van de verordening niet worden aangetast. 2.. Op de genoemde bedragen is BTW niet van toepassing en de bedragen worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de jaarmutatie van de consumentenprijsindex (CPI) reeks alle huishoudens zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek jaarlijks in januari publiceert over het voorafgaande kalenderjaar. 3.. Als ten aanzien van een project reeds afwijkende afspraken zijn gemaakt met de initiatiefnemer over de in deze verordening opgenomen onderwerpen en deze afspraken zijn vastgelegd in een (anterieure) overeenkomst dan gaan deze afspraken voor op het bepaalde in de verordening. 4.. Het bepaalde in het derde lid is tevens van toepassing als de onderhandelingen over de totstandkoming van een (anterieure) overeenkomst al in een zodanig vergevorderd stadium zitten, dat het in strijd is met de goede trouw van de precontractuele fase om deze af te breken. 5.. Vereveningsrechten die zijn opgebouwd middels het vereveningsarrangement (sociale) woningbouw kunnen worden ingezet om een tekort aan sociale huurwoningen te compenseren. Elk vereveningsrecht staat dan voor één niet-gerealiseerde sociale huurwoning. Indien het totaal aantal rechten gelijk is aan het aantal niet-gerealiseerde sociale huurwoningen is een storting conform artikel 4.1 niet nodig. In geval er onvoldoende vereveningsrechten worden ingebracht is voor het resterende deel niet-gerealiseerde sociale huurwoningen alsnog een storting vereist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel