Naar hoofdinhoud
1.. De uitoefening van bevoegdheden in volmacht en machtiging, verleend bij of krachtens dit besluit, geschiedt met inachtneming van de: ter zake geldende instructies per geval of in algemene zin van het orgaan; algemene kaders en richtsnoeren terzake vastgesteld door het orgaan; de voor het orgaan geldende begroting overeenkomstig hoofdstuk 4 van de regeling. 2.. De bevoegdheid om beslissingen in volmacht of machtiging bij op krachtens dit besluit te nemen bevat niet beslissingen: die de belangen van de gemandateerde of gevolmachtigde zelf raken; waarbij de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaat, volmacht of machtiging verzet; die de uitoefening van een hardheidsclausule inhouden; en op bezwaarschriften en beroepschriften.

Rechtspraak bij dit artikel