Naar hoofdinhoud
1.. De vergaderingen worden digitaal, fysiek of in hybride vorm gehouden. Per vergadering bepaalt de voorzitter in welke vorm de vergadering wordt gehouden. Indien de vergadering fysiek of in hybride vorm plaatsvindt, bepaalt de voorzitter via schriftelijke mededeling aan de deelnemers waar de vergadering wordt gehouden. 2.. Het orgaan stelt vóór de aanvang van elk kalenderjaar, met in achtneming van artikel 4, zevende lid van de regeling, een schema op voor de in dat jaar te houden vergaderingen. 3.. De secretaris zorgt voor verzending van de agenda en bijbehorende stukken – tegelijkertijd met de oproep voor de vergadering onder vermelding van dag, tijdstip en plaats – aan de deelnemers van de vergadering en wel op een zodanig tijdstip, dat er tenminste twee weekenden liggen tussen de vergadering en de datum van toezending. De secretaris houdt hierbij tevens rekening met de momenten waarop er geen vergaderingen plaatsvinden, vanwege vakantiereces e.d. 4.. Indien een lid van het orgaan een extra vergadering nodig acht, verzoekt hij onder opgave van reden aan de voorzitter het orgaan bijeen te roepen. 5.. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering, een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de deelnemers van de vergadering verzonden.

Rechtspraak bij dit artikel