Naar hoofdinhoud
1.. Het orgaan kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10, van de Wet openbaarheid van bestuur of na de inwerkingtreding van de Wet open overheid, een belang als bedoeld in artikel 5.1 van die wet, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het orgaan worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het orgaan haar opheft. 2.. Op grond van een belang genoemd in artikel 10, van de Wet openbaarheid van bestuur, of na de inwerkingtreding van de Wet open overheid, een belang als bedoeld in artikel 5.1 van die wet kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een lid van het orgaan, voor de stukken die zij aan het orgaan overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan haar opheft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel