Het inkomen wordt bepaald over de referteperiode.
Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie kalendermaanden voorafgaand aan de maand van de peildatum bepalend.
De middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 van de wet worden niet tot het inkomen gerekend.
Onder inkomen wordt in ieder geval verstaan:
inkomen uit arbeid
inkomen uit onderneming
inkomen uit een uitkering en/of wachtgeld
inkomen uit (onder)verhuur en/of kostgeverschap; en
inkomen uit partneralimentatie en/of kinderalimentatie.