Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 14

Intrekken of wijzigen parkeervergunning

Onderdeel van Besluit tot aanwijzing en uitwerking betaald parkeren 2022-A

1.. Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder. ambtshalve: bij een wijziging van één of meer van de omstandigheden die relevant zijn geweest voor de verlening van de vergunning, waardoor de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden die gelden voor het verkrijgen van een parkeervergunning; bij het vervallen van een vergunningenzone; bij een handelen in strijd met vergunningsvoorschriften; bij het verstrekken van onjuiste, onvolledige en/of misleidende gegevens bij de aanvraag van een vergunning, terwijl die informatie relevant kon zijn bij de beoordeling van de aanvraag; om dwingende redenen van publiekelijk belang; bij het misbruik maken van een parkeervergunning; bij wijziging van de gemeentelijke regelgeving. 2.. Het college trekt een overloopvergunning in, indien: de houder van een overloopvergunning een bewonersvergunning krijgt aangeboden voor de vergunningenzone waarin hij/zij woont. een wachtlijst ontstaat of dreigt te ontstaan in het overloopgebied waarin een overloopvergunning geldig is. 3.. Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder 3 of 4 wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder in ieder geval binnen 6 maanden na intrekking, geweigerd. 4.. Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder 6 kan een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder in ieder geval binnen 6 maanden na intrekking worden geweigerd. 5.. Een tweede of volgende bewonersvergunning op een adres kan worden ingetrokken bij het ontstaan van een wachtlijst voor eerste bewonersvergunningen die worden aangevraagd. 6.. Bij een intrekking op grond van lid 5 van deze bepaling wordt een intrekkingstermijn van ten minste 3 maanden in acht genomen.

Rechtspraak bij dit artikel