In de melding, als bedoeld in artikel 2, moet in ieder geval staan:
het adres van de woning/erf van waaruit de woonoverlast wordt veroorzaakt;
de naam/namen van de (vermoedelijke) veroorzaker/veroorzakers;
de aard van de woonoverlast;
de ernst van de woonoverlast, hoe vaak deze voorkomt en wanneer deze is voorgekomen;
wat de melder heeft ondernomen om de woonoverlast te beëindigen;
indien mogelijk de feitelijke gegevens op basis van vastgelegde waarnemingen, metingen, foto- of filmmateriaal, getuigenverklaring(en) en dergelijke.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 3.
Inhoud melding
Onderdeel van Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast