Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 5.

Toepassing van artikel 2:79 APV

Onderdeel van Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast

Voordat een gedragsaanwijzing wordt gegeven zoals bedoeld in artikel 2:79 van de APV, wordt eerst zo mogelijk gebruik gemaakt van een minder zware aanpak zoals een gesprek met de overlastveroorzaker, buurtbemiddeling, mediation of hulpverlening. Bij de keuze van de wijze waarop de woonoverlast wordt aangepakt, wordt rekening gehouden of de overlastveroorzaker kampt met een psychische of psychiatrische aandoening. In het geval dat er sprake is van psychische of psychiatrische problemen dient in samenwerking met het sociale domein, hulpverlening, politie en woningcorporatie(s) bepaalt te worden welke mogelijkheden er zijn om de ernstige en herhaaldelijk hinder te stoppen of te beperken. De burgemeester beoordeelt of er sprake is van woonoverlast zoals bedoeld in artikel 2:79 APV. Daartoe wordt bij de melder en andere partijen zoals buurtbemiddeling, hulpverleningsinstanties informatie ingewonnen om inzicht te krijgen over onder meer de aard, de ernst, de frequentie en de veroorzaker(s) van de ernstige en herhaaldelijke hinder. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek bepaalt de burgemeester of hij toepassing geeft aan artikel 2:79 APV. In dat geval wordt gehandeld conform van deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel