Naar hoofdinhoud
Het college is bevoegd om een lid van de commissie, dat naar zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de commissie, te schorsen. Een besluit tot schorsing, als bedoeld in het eerste lid, wordt onmiddellijk ter beoordeling bij de raad neergelegd. De commissie van toezicht hoort het lid van de commissie, dat is geschorst, en de commissie en adviseert daarna aan de raad. De raad regelt in een besluit de gevolgen van zijn beslissing. De raad kan een lid van de commissie ontslaan, indien deze door handelen of nalaten in zeer ernstige mate afbreuk doet aan het functioneren van de commissie. Alvorens een dergelijk besluit te nemen hoort een door de raad uit zijn midden aan te wijzen delegatie het lid dat wordt ontslagen, en de commissie. FINANCIELE BEPALINGEN

Rechtspraak bij dit artikel