Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Algemene uitzonderingen van mandaat

Onderdeel van Mandaatbesluit Drechtstedelijk Klant Contact Centrum (DKCC)

Correspondentie, die is gericht tot: de raad; de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis; de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen; de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; de vice-president van de Raad van State; de president van de Algemene Rekenkamer; is uitgezonderd van het mandaat. Onverminderd het gestelde in het eerste lid is het mandaat niet van toepassing: indien het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college van Alblasserdam zijn gesteld; indien de verantwoordelijke portefeuillehouder beslist dat de aangelegenheid door Alblasserdam moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig geïnformeerd over gevoelige kwesties; indien de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren; indien de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen of belangengroepen van Alblasserdam; op het nemen van besluiten op bezwaar.

Rechtspraak bij dit artikel