Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.6

Zorgplan

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp 2022

1.. De zorgverlener maakt met de jeugdige en/ of ouder duidelijke werkafspraken over de levering van de ondersteuning, vastgelegd in een zorgplan. Het zorgplan voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: a.. Het zorgplan wordt samen met (een wettelijk vertegenwoordiger of de vertegenwoordiger Pgb-zaken van de) jeugdige en/ of ouder opgesteld. b.. Het zorgplan dat de zorgverlener maakt, moet aansluiten op de doelen (resultaten) die in het ondersteuningsplan zijn geformuleerd. c.. In het zorgplan moeten doelen worden opgenomen. Deze doelen moeten SMART geformuleerd worden. Dit houdt in dat de doelen specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden moeten zijn. Daarnaast zijn de doelen een concretisering van de doelen die zijn opgenomen in het ondersteuningsplan; d.. De ondersteuning wordt conform het gemaakte zorgplan geboden. Het zorgplan vertaalt de doelen omschreven in het zorgplan in concrete acties: welke ondersteuning ontvangt de jeugdige, op welke dagen en tijdstippen (passend in zijn dag- weekprogramma). 2.. Het zorgplan wordt minimaal iedere 6 maanden met de jeugdige en/of zijn vertegenwoordiger Pgb-zaken besproken. In het zorgplan wordt dit vastgelegd. Bijstellingen en veranderingen in het zorgplan worden schriftelijk vastgelegd. 3.. Het zorgplan beschrijft hoe de ondersteuning is afgestemd met eventuele mantelzorgers en hoe het eigen netwerk van de jeugdige daar waar mogelijk een actieve rol speelt in het ondersteuningsproces. 4.. Het zorgplan dient door zowel jeugdige en eventueel vertegenwoordiger of vertegenwoordiger Pgb-zaken als zorgverlener ondertekend te zijn. 5.. Het zorgplan wordt aan de jeugdige en eventueel zijn vertegenwoordiger verstrekt. 6.. Indien delen van de ondersteuning worden uitgevoerd door anderen dan de zorgverlener, dan wordt dit in het zorgplan vermeld. 7.. Afhankelijk van de ondersteuningsvraag draagt de (professionele) aanbieder er zorg voor dat de zorgverlener de veiligheid van de cliënt inschatten aan de hand van een gestandaardiseerd risicotaxatie instrument, zoals: a.. De Delta Veiligheidslijst; b.. Het Licht Instrument Risicotaxatie en Kindveiligheid (LIRIK); c.. Het Balansmodel Kindermishandeling; d.. Het Risico taxatie-instrument Huiselijk Geweld (RIHG); e.. of een aantoonbaar gelijkwaardig risicotaxatie instrument. 8.. Het zorgplan wordt door de zorgverlener in de Nederlandse taal opgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel