Bij een datalek kan gedacht worden aan het kwijtraken van een USB stick met persoons- gegevens, inbraak door een hacker, maar ook aan onbevoegde autorisaties in een informatiesysteem of informatie met, (bijzondere), persoonsgegevens toegestuurd krijgen van de gemeente die niet voor de ontvanger is bestemd (brief of e-mail), het in de post zoekraken van een dossier. Ook het intern verwerken van te veel persoonsgegevens is een datalek.
Wanneer er sprake blijkt van een inbreuk in verband met persoonsgegevens moet dit datalek zonder onnodige vertraging en zo mogelijk niet later van 72 uur na de ontdekking worden gemeld aan de AP. Het gaat hier om datalekken waar de organisaties voor verantwoordelijk zijn. Daaronder vallen ook datalekken die ontstaan bij een derde partij die werkzaamheden uitvoert voor de Drechtsteden. Hierover zijn afspraken vastgelegd in de verwerkersovereenkomsten.
Een melding moet indien van toepassing ook onverwijld aan betrokkenen worden gedaan (artikel 33 AVG). Om aan de wet te kunnen voldoen hanteert het SCD, namens de Drechtsteden, een procedure voor standaard incidentbeheer, de privacy-incidentprocedure die hier goed op aansluit. Het vormt de basis voor het verplichte Register van inbreuken op persoonsgegevens/datalekken.
Het SCD is via het Drechtstedenbestuur gemandateerd door de Drechtsteden voor het melden van datalekken aan de AP.
Het doorgeven van een, vermoedelijk, datalek door betrokkenen is mogelijk via de procedures zoals beschreven op de websites van de Drechtsteden.