Naar hoofdinhoud
Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad benoemt de voorzitter een commissie bestaande uit drie leden van de raad.. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden van de raad en de processen-verbaal van de stembureaus. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. Na de toelating van een nieuw raadslid in de gemeenteraad en na de gemeenteraadsverkiezingen wordt met elk nieuw raadslid een bewustwordingsgesprek door een extern bureau gevoerd in het kader van de bewaking van de integriteit. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstig toepassing. De commissie toetst de benoembaarheid van een wethouder aan de hand van de volgende zaken: de verklaring omtrent gedrag (VOG); de benoembaarheidsvereisten: artikelen 36a, 10 en 41a Gemeentewet; de onverenigbare functies: artikelen 36a lid 3, 36b en 46 Gemeentewet; de nevenfuncties: artikel 41b Gemeentewet; de verboden handelingen: artikel 41c en 15 Gemeentewet; de gedragscode wethouders gemeente Heeze-Leende. In opdracht van de burgemeester wordt voor de aanvang van iedere ambtstermijn ten behoeve van de wethouder(s) een risicoanalyse integriteit uitgevoerd. De burgemeester deelt de conclusie of er uit dit onderzoek mogelijke belemmeringen zijn voortgekomen die een benoeming tot wethouder in de weg staan mee aan de commissie onderzoek geloofsbrieven wethouder. De risicoanalyse wordt alleen aan de burgemeester, de kandidaat en zijn fractievoorzitter bekend gemaakt vanuit privacy overwegingen, nadat de kandidaat hiervoor toestemming heeft gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel