De bewijslast om aan te tonen dat belanghebbende op het vereiste niveau vaardig is in de Nederlandse taal ligt bij belanghebbende.
Een diploma inburgering of gelijkwaardig document geldt als bewijs dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst en aan de Wet taaleis voldoet.
De beoordeling van de klantmanager vastgelegd in een rapportage dat belanghebbende voldoet aan de beheersing van de Nederlandse taal op referentieniveau 1F is bewijslast in het kader van artikel 18b, lid 2.
Artikel 2.
Aantonen kennis van de Nederlandse Taal
Onderdeel van Beleidsregels Wet taaleis Leidschendam-Voorburg 2016