Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

Onderdeel van Marktverordening Meierijstad

Burgemeester en wethouders trekken een vaste-standplaatsvergunning in: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 6. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning intrekken: als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden; als van de vergunning gedurende ten minste 8 van de 13 weken geen gebruik is gemaakt; of als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 8 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk bij aanvang van de markt heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel