Een kinderrechter kan een maatregel opleggen als vrijwillige hulp niet werkt in gezinssituaties waarin ernstige opvoedingsproblemen voorkomen en/of de ontwikkeling van het kind of de jongere in het geding is. De GI geeft uitvoering aan dwang maatregelen (hoofdstuk 3 Jeugdwet).
Onder Toezicht Stelling (OTS)
Bij een OTS wordt een jeugdige ‘onder toezicht gesteld’. Een gezinsmanager begeleidt het gezin bij de opvoeding tot ouders dit zelfstandig kunnen overnemen. Het gezag over het kind blijft in principe bij de ouders, waarbij de ouders verplicht zijn de aanwijzingen van de gezinsmanager op te volgen. Een OTS duurt maximaal 12 maanden. De kinderrechter kan de OTS steeds met 1 jaar verlengen tot de jongere 18 jaar is.
(Tijdelijke) voogdij
Als blijkt dat de ouders niet in staat zijn de opvoeding weer volledig op te nemen of wanneer dit aan het kind ernstige (psychische) schade toebrengt, kan de gezinsmanager bij de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek tot onderzoek indienen ten behoeve van het beëindigen van gezag. De Raad voor de Kinderbescherming dient bij de kinderrechter een verzoek om een gezag beëindigende maatregel in. Dit houdt in dat de ouders worden ontheven of ontzet uit het ouderlijk gezag en dat een derde de voogdij over het kind krijgt.
Uithuisplaatsing
In het kader van een OTS en Voogdij kan de jeugdbescherming bij de kinderrechter een verzoek indienen om een machtiging uithuisplaatsing. Als het in het belang van het kind is, kan de kinderrechter besluiten het kind of de jongere buiten het gezin te plaatsen (machtiging uithuisplaatsing). Voordat over wordt gegaan tot dwang zal zo mogelijk eerst gebruik worden gemaakt van drang. Ouders blijven bij drang nog betrokken bij het proces waardoor in gezamenlijkheid wordt geprobeerd een gang naar de kinderrechter te voorkomen.