De formulering van het eerste lid van artikel 8.1.1 van de Jeugdwet geeft aan dat het uitgangspunt is dat de jeugdige en zijn ouders een voorziening ‘in natura’ krijgen. Ouders en jeugdigen die een Pgb wensen te ontvangen moeten dit motiveren. De motivering is samen met de bekwaamheid en kwaliteit onderdeel van het Pgb-plan. Voor motivering geldt dat:
Uit de motivering moet blijken dat de ouders en jeugdige zich voldoende hebben georiënteerd op de voorziening in natura. Dit kan blijken uit het gesprek met de ouders / jeugdige en de lokale toegang waarin de Pgb aanvraag wordt besproken. De lokale toegang heeft hierin ook een informerende rol als het gaat om de individuele voorziening.
Gemotiveerd moet worden waarom het aanbod in natura niet passend is, zoals blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 28 maart 2018 19 ECLI:NL:RBNNE:2018:1092 . Hier kan niet alleen volstaan worden met de argumentatie dat een Pgb flexibeler in te zetten is.
De motiveringseis houdt niet in dat het college moet beoordelen of de aangeboden individuele voorziening in natura al dan niet passend is.
Voorbeelden van een motivering zijn:
jeugdhulp die op ongebruikelijke tijden of op veel korte momenten per dag geboden moet worden;
jeugdhulp die op verschillende locaties moet worden geleverd;
als het noodzakelijk is om 24 uur jeugdhulp op afroep te organiseren.