Bij het vaststellen van de draagkracht wordt geen rekening gehouden met het kunnen delen van kosten als bedoeld in artikel 22 a van de wet.
Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen om aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor belanghebbenden van 18 tot 21 jaar en periodieke bijzondere bijstand voor woonkosten.
Bij regelmatige inkomsten is het inkomen in de maand voorafgaand aan de maand van ontvangst van de aanvraag bepalend. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de 12 maanden voorafgaand aan de maand van ontvangst van de aanvraag bepalend.
Voor de berekening van de draagkracht wordt het inkomen verlaagd met een bedrag voor de woonkosten, de ziektekostenverzekering, voor zover de daarvoor bestaande normen worden overschreden, en – indien van toepassing-het niet ontvangen (fictief) kindgebonden budget, voor zover deze bij de aanvraag door belanghebbende worden aangetoond.
Bij de vaststelling van de draagkracht kan rekening worden gehouden met wijzigingen van omstandigheden die binnen de vastgestelde draagkrachtperiode zullen optreden.
Bedraagt de wijziging in het inkomen 15% of meer per maand, dan wordt de draagkracht opnieuw berekend.
Wordt de toepasselijke vermogensgrens overschreden, en is dat vermogen niet in aanmerking genomen bij de draagkracht, dan wordt de draagkracht opnieuw berekend.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3
Reikwijdte en wijziging van de draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels draagkracht individuele bijzondere bijstand gemeente Heumen