Het begrip ‘gebiedsontzegging’ kan als volgt worden gedefinieerd.
“Het besluit van de burgemeester om in het belang van de openbare orde iemand de toegang tot een bepaald gebied voor een bepaalde termijn te ontzeggen.”
De vraag die daarbij gesteld kan worden is of iemand wel de toegang tot een gedeelte van de openbare ruimte kan worden ontzegd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het recht van bewegingsvrijheid uit de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens (EVRM).
Ondanks dit gegeven zijn gemeenten gaan experimenteren met dit fenomeen, omdat zij daadkrachtig willen optreden in situaties die de openbare orde in gevaar brengen. De burger eist ook steeds meer een daadkrachtige overheid.
De rechterlijke macht is erg kritisch geweest, en heeft duidelijke kaders aangegeven waarbinnen een gebiedsontzegging mogelijk moet zijn. Deze kaders hebben betrekking op:
het beginsel van proportionaliteit: de maatregel moet in verhouding staan tot de mate van verstoring van de openbare orde (voorbeelden hiervan zijn de grootte van het gebied dat bepaald is en de duur van de maatregel);
het beginsel van subsidiariteit: de maatregel moet zijn afgewogen tegen anderen mogelijke maatregelen.
Een ander aspect waar de bovenstaande definitie niet expliciet iets over zegt, is dat het hierbij gaat om een preventieve maatregel. Deze wordt opgelegd ter beperking en voorkoming van overlast, nu en/of in de toekomst. De maatregel is niet bedoeld als straf.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Nadere definitie gebiedsontzegging
Onderdeel van Beleidsregel Gebiedsontzeggingen gemeente Gooise Meren 2022