Landgoederen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een nieuw toeristisch-recreatief product. Voorwaarde is dat het landgoed niet alleen ‘als jasje’ wordt gebruikt om de ontwikkeling mogelijk te maken. Het landgoed moet intrinsiek onderdeel uitmaken van het toeristisch-recreatieve product. Dat moet dus een ontwikkeling zijn die helemaal past binnen de definitie van een landgoed1Een ontwikkeling waarbij een ‘beheerders(hoofd)woning’ wordt gerealiseerd met een groot aantal (verblijfsrecreatieve) bijgebouwen past weliswaar binnen de vigerende regeling, maar eigenlijk niet binnen de definitie van een landgoed..
Uitgaande van het karakter van een landgoed en het feit dat de gemeente de komende jaren geen ruimte heeft in het woningbouwprogramma, is het advies om op een (recreatie)landgoed van minimaal 5 hectare maximaal 1 woning en maximaal 4 recreatiewoningen in maximaal 3 gebouwen toe te staan (één hoofdgebouw en twee ondergeschikte gebouwen). Alle bebouwing moet hier binnen passen, extra gebouwen zijn niet toegestaan.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Landgoed als verblijfsrecreatief product
Onderdeel van Landgoederenbeleid Noord-Beveland