In totaal zijn in de periode van april tot en met mei 2021 vijf verschillende rekensessies uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste rekensessies met redenen beschreven.
1erekensessie
Normaal gesproken wordt vanwege het samenvoegen van dataset eerst een vergelijking gemaakt tussen de gegevens van de afgelopen vijf jaar en de gegevens uit die periode ouder dan vijf jaar. Uit de datacontrole stappen bleek echter de parameters cadmium, koper en zink sterk oververtegenwoordigd in de dataset met interventiewaarde overschrijdingen waardoor een goede vergelijking niet mogelijk was. Uit de nadere beoordeling van de data bleek dat deze hoge waarden gerelateerd zijn aan de aanwezigheid zinkassen in het gebied. Gezien deze locaties uitgesloten zijn van de bodemkwaliteitskaart is gekozen om te starten met een uitbijterselectie om zo de dataset op te schonen. Analyseresultaten afkomstig uit bodemlagen met bijmengingen (puin, zinkassen, sintels etc.) en van locaties waarbij in het onderzoek een bodemverontreiniging is geconstateerd zijn verwijderd als zogenaamde extreme (zie paragraaf 3.6 voor de definitie hiervan).
2e rekensessie
Bij deze rekensessies zijn de data van de periode tot 5 jaar terug (rekensessie 1: periode 20162021) en de periode tussen 5 en 14 jaar terug (rekensessie 2: periode 2007-2016) doorgerekend. Bij deze sessies is uitgegaan van de eerdergenoemde indeling in deelgebieden en van de bodemlagen 0,0-0,5 m -mv (bovengrond) en 0,5-2,5 m -mv (ondergrond). Op basis van de uitkomsten van deze twee rekensessies is beoordeeld of de bodemkwaliteit vergelijkbaar is en of de data van deze 2 perioden kunnen worden samengevoegd. De datasets komen overeen en zijn daarom samengevoegd.
3erekensessie
Na het samenvoegen van de data tot 5 jaar terug en van 5 tot 14 is de gehele dataset doorgerekend en zijn per zone zijn de voor de bodemkwaliteitskaart benodigde (statistische) kentallen gegenereerd. Hieruit bleek dat de deelgebieden wonen voor 1970 en wonen na 1970 van een vergelijkbare kwaliteit waren. Dit was ook het geval voor alle deelgebieden in ondergrond. In overleg met de opdrachtgever is besloten om de deelgebieden wonen voor 1970 en wonen na 1970 samen te voegen tot zone 2 en verschillende zones in de deelgebieden van de ondergrond samen te voegen tot de zone ondergrond. Zie voor de definitieve zonering paragraaf 4.1.
4erekensessie
Na het samenvoegen van de zones is de gehele dataset doorgerekend en zijn per zone de voor de bodemkwaliteitskaart benodigde (statistische) kentallen gegenereerd. Deze set vormde het startpunt voor de definitieve extremenanalyse.
Voor de extremenanalyse is de dataset meerdere keren doorgerekend. Waarbij steeds de uitschieters (de zogenoemde 'extremen') worden beoordeeld, en op basis van de in paragraaf 3.6 benoemde criteria worden uitgesloten van de volgende doorrekening. Voor de extreme analyse is de totale dataset verschillende keren doorgerekend.
5e rekensessie
Vervolgens is bepaald of er per zone voldoende waarnemingen aanwezig zijn om tot het opstellen van de bodemkwaliteitskaart over te gaan en is gekeken of de ruimtelijke verdeling van de waarnemingen binnen elk deelgebied toereikend is. Geconcludeerd werd dat er in enkele gebieden (snippers) minder dan drie meetpunten aanwezig waren voor het bepalen van de kwaliteitsklasse van de snipper. In paragraaf 5.1 is toegelicht hoe hier mee is omgegaan.
6e rekensessie
Na de extremenanalyse zijn enkele controle stappen doorlopen (zie hoofdstuk 5). Nadat de dataset de controle stappen had doorstaan, is de gehele set doorgerekend en zijn per zone zijn de voor de bodemkwaliteitskaart benodigde (statistische) kentallen gegenereerd:
het aantal waarnemingen;
de gemiddelde gehalten per parameter (incl. lutum en organische stof);
de minimale en maximale gemeten gehalten;
diverse percentielwaarden (P5, P50, P80, P90, P95);
Het vergelijken van percentielwaarden levert informatie op over de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteit binnen een zone. Zo geeft bijvoorbeeld de P95 de waarde aan waar 95% van de waarnemingen onder ligt en 5% van de waarnemingen boven ligt.
boven- en ondergrens van het 80% betrouwbaarheidsinterval rond het gemiddelde;
heterogeniteitstoets;
variatiecoëfficiënt.
Artikel 3.5
Rekensessies
Onderdeel van Actualisatie bodemkwaliteitskaart gemeente Bergeijk, kenmerk 0467844.100, d.d. 22 september 2021