Wanneer belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (5 tot en met het schooljaar waarin leerlingen 16 jaar worden) tenminste acht jaren in Nederland heeft gewoond, wordt ervan uitgegaan dat door belanghebbende gedurende acht jaar Nederlandstalig onderwijs is gevolgd.
Belanghebbende toont het volgen van Nederlandstalig onderwijs aan met rapporten of diploma’s van erkende Nederlandse onderwijsinstellingen (zowel basis- als voortgezet-/beroepsonderwijs). Dat kan ook particulier of Nederlands onderwijs in het buitenland zijn.
Een diploma inburgering of een gelijkwaardig document geldt als bewijs dat belanghebbende de Nederlandse taal beheerst en aan de taaleis voldoet.
Belanghebbende toont aan voldoende kennis te hebben van de Nederlandse taal indien hij, tijdens een vorige uitkeringsperiode en/of bij een andere gemeente, een taaltoets in verband met de taaleis met goed gevolg heeft afgerond of anderszins door een college is vastgesteld dat hij de Nederlandse taal op het referentieniveau beheerst.
Wanneer belanghebbende niet kan beschikken over de in dit artikel genoemde bewijsstukken, kan belanghebbende middels een eigen verklaring aantonen te voldoen aan het referentieniveau. Bij twijfel over deze verklaring kan het college ervoor kiezen een taaltoets af te (laten) nemen.
Het college kan besluiten om belanghebbende, die aan één van bovenstaande voorwaarde voldoet, toch een taaltoets af te laten nemen als blijkt dat belanghebbende het referentieniveau van de Nederlandse taal onvoldoende beheerst.
Artikel 2
Aantonen kennis Nederlandse taal
Onderdeel van Beleidsregel taaleis Participatiewet gemeente Son en Breugel 2019