De mogelijkheid voor hergebruik van licht verontreinigde grond binnen ons beheergebied is onder het generieke kader van het Besluit beperkt toegestaan. Alleen met gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden. Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. Met het gebiedsspecifiek beleid kunnen voor de gemeenten en derden besparingen worden gerealiseerd bij:
onderzoekskosten voor de toe te passen grond en de ontvangende bodem en bij het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie;
transport-, reinigings- en/of stortkosten van vrijkomende grond;
aanschafkosten voor de toe te passen primaire grondstoffen (zand uit zandwinputten) en secundaire grondstoffen (bijvoorbeeld grond van een grondbank).
Ook worden door de gemeenten strengere Lokale Maximale Waarden voor lood vastgesteld voor het toepassen van grond op terreinen met een gevoelig bodemgebruik, voor de toegestane bijmenging van bodemvreemd materiaal en grond met bijmenging van asbestverdacht/-houdende grond.
De in de hierna volgende paragrafen gedefinieerde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten het bodembeheergebied (zie ook § 4.2 en § 5.6). De Lokale Maximale Waarden gelden niet bij beleid dat strenger is dan het generieke kader van het Besluit. Het betreft strengere toepassingseisen voor grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (zie § 4.3.2 en § 4.3.7 ‘Toepassen grond en verspreiden onderhoudsbaggerspecie in waterwin- en grondwaterbeschermings-gebieden’) en strengere toepassingseisen voor grond met lood op terreinen met gevoelig bodemgebruik (zie § 4.3.3 ‘Lokale Maximale Waarden gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’).