Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.10

Artikel 5.10.2

Gebruik van de ontgravings- en toepassingskaart bij een al onderzochte locatie

Onderdeel van Nota bodembeheer

De toe te passen grond en/of de ontvangende bodem kan al eerder zijn onderzocht. In de onderstaande paragrafen is aangegeven hoe hiermee om te gaan. Bij alle eerder uitgevoerde onderzoeken geldt, dat in de periode tussen het onderzoek en de melding van het toepassen van grond geen relevante activiteiten hebben plaatsgevonden die de kwaliteit van de grond hebben kunnen beïnvloeden. Bij twijfel beslist de Omgevingsdienst Rivierenland of het bewijsmiddel gebruikt mag worden. Uitgevoerde specifiek onderzoek van de NEN 5740 of partijkeuring De mogelijkheid bestaat dat op een locatie van ontgraving een specifiek onderzoek van de NEN 574020 Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE.  of een partijkeuring (BRL 1000 – protocol 1001[34]) is uitgevoerd. Als het onderzoek of de partijkeuring voldoet aan de vereisten voor een bewijsmiddel uit het Besluit (zie § 8.2.1) en representatief is voor de meest recente (terrein)situatie, dan moet dit onderzoek worden gebruikt als bewijsmiddel. Zo’n onderzoek geeft een beter beeld van de grondkwaliteit dan de bodemkwaliteitskaart. Het onderzoek is leidend boven de ontgravingskaarten van de bodemkwaliteitskaart. Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek en toepassen grond Als op de ontgravingslocatie al een bodemonderzoek volgens de NEN 5740 is uitgevoerd, bijvoorbeeld ter plaatse van een voor bodemverontreiniging verdachte locatie, geldt het volgende: Als het bodemonderzoek nog representatief is voor de meest recente (terrein)situatie én de gehalten van de stoffen voldoen aan de gebiedseigen kwaliteit (de 90-percentielwaarde21 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. De 90-percentielwaarde wordt aangeduid als de gebiedseigen kwaliteit. Als de 90-percentielwaarde lager dan de Achtergrondwaarde (AW2000) is gelegen, wordt de Achtergrondwaarde (AW2000) als lokale achtergrondwaarde gehanteerd. van de betreffende bodemkwaliteitszone; zie bijlage 7b), dan hoeft er geen aanvullende partijkeuring plaats te vinden. De ontgravingskaart mag dan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de elders toe te passen grond. Het bodemonderzoek wordt hierbij als aanvullend ‘bewijsmiddel’ gebruikt. Als één van de parameters in het bodemonderzoek van de mengmonsters of individueel geanalyseerde monsters hoger is dan de gebiedseigen kwaliteit (de 90-percentielwaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone) dan wordt de ontgraven grond als afwijkend gezien en moet een partijkeuring worden uitgevoerd om de bodemkwaliteit te bepalen. Voor (voormalige) boomgaarden geldt dat er een bodemonderzoek en eventueel een partijkeuring moet worden uitgevoerd op bestrijdingsmiddelen, conform tabel 8.1 uit § 8.2.1. Uitgevoerd NEN 5740 onderzoek en kwaliteit ontvangende bodem Als uit een bodemonderzoek, uitgevoerd volgens de NEN 5740, blijkt dat de kwaliteit van de ontvangende bodem slechter of juist beter is dan de bodemkwaliteitsklasse zoals die voor de bodemkwaliteitszone is vastgesteld, waarin de locatie is gelegen, geldt (ongeacht de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en mogelijk gevolgen voor de toepassingseis) de toepassingseis zoals deze is weergegeven op de toepassingskaarten.

Rechtspraak bij dit artikel