Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.3

Artikel 6.3.5

Aanvullende eisen voor baggerspecie uit het buitengebied en uit het stedelijke gebied

Onderdeel van Nota bodembeheer

Verder gelden voor zowel baggerspecie uit het buitengebied als baggerspecie uit het stedelijk gebied de volgende eisen: De baggerspecie afkomstig uit het stedelijk gebied mag in diktes van maximaal 15 cm worden verspreid/toegepast. De baggerspecie afkomstig uit het buitengebied mag in diktes van maximaal 30 centimeter worden verspreid/toegepast. De beoogde toepassing wordt minimaal vijf werkdagen van te voren gemeld bij het centrale meldpunt van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (zie § 9.2.1). De baggerspecie moet afkomstig zijn uit de watergangen die zijn gelegen in regio Rivierenland. De baggerspecie mag alleen op de percelen in de gemeenten voor grondverbetering worden toegepast. Voor de toepassing van baggerspecie buiten de aangrenzende percelen geldt geen ontvangstplicht; de perceeleigenaar van het perceel waarop de baggerspecie wordt toegepast moet dan altijd toestemming geven. De initiatiefnemer van het baggerwerk (de ontdoener) moet aan de perceeleigenaar (de ontvanger) kwaliteitsgegevens overleggen. Baggerspecie uit onverdachte watergangen (watergangen niet zijnde verdachte watergangen zoals gedefinieerd in bijlage 1) hoeft niet te worden onderzocht. Wél moet worden aangetoond dat het een onverdachte watergang betreft. De kwaliteit van de te toe te passen baggerspecie uit de overige watergangen is bepaald met een waterbodemonderzoek volgens de NEN 5720 (inclusief verdachtheid op asbest) of een partijkeuring conform § 8.2.1. De toe te passen en onderzochte baggerspecie uit het stedelijk gebied moet voldoen aan de maximale waarden en rekenregels van de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’, uitgezonderd de organische parameters PAK en minerale olie waarvoor respectievelijk een gehalte van 4,5 mg/kg ds en 500 mg/kg ds (gecorrigeerd voor standaardbodem) geldt. Als aanvullende voorwaarde geldt dat de baggerspecie in diktes van maximaal 15 cm mag worden verspreid/toegepast. Deze verruiming geldt niet bij het verspreiden van baggerspecie in bodembeschermingsgebieden (waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden -zie § 4.3.2-, Natuurnetwerk Nederland en habitatgebieden).

Rechtspraak bij dit artikel